Het fenomeen sensitisatie

Bekijk meer

Het fenomeen sensitisatie

leestijd: tja. het is even lezen, lees je vlot en met enige kennis van zaken dan denk ik een minuut of 6, wil je je er echt in verdiepen….misschien wel 10 min.

maar… dan heb je ook wat. Leerzaam, en een goede aanvulling op je gereedschapskist om met je eigen gevoeligheid voor stress beter te kunnen dealen… Het zal je echt verbazen hoeveel je zal herkennen in dit artikel… dus toch maar lezen?!

Vergelijking stress en pijn in een verklaringsmodel. Het model wat door het fenomeen sensitisatie wordt verklaard. (Sensitief zijn is gevoelig zijn, veel gevoelsmatig oppakken).

In het (fysio)therapeutisch proces en onderzoek lag tot voor kort de nadruk op het biomedisch model. Biomedisch wil zeggen dat er gekeken wordt naar een lichamelijke oorzaak.  Bijvoorbeeld bij een gebroken arm.   Je laat je onderzoeken door een specialist in het ziekenhuis en krijgt een MRI-scan: en als de breuk wordt gevonden, dan is deze afwijking de oorzaak van de pijnklachten. Een waarschijnlijke behandeling is dan gips, waarbij de arm wordt geïmmobiliseerd zoals dat heet: er kan enkele weken rust worden gehouden. Dit is een goed model bij zulke duidelijke lichamelijke oorzaken.

In de westerse medische wereld wordt er in het algemeen nog steeds vooral naar een lichamelijke oorzaak van klachten gezocht. Doordat de wetenschap steeds meer in staat was te kijken naar microscopisch kleine deeltjes werd er ook naar afwijkingen, gebreken of verstoringen op cel- of weefselniveau gezocht naar oorzaken van ziekte en pijn. Er wordt hier een scheiding gemaakt tussen lichaam en geest. Voor pijn zou er een lichamelijke oorzaak moeten zijn. In onze gezondheidszorg is de voorgestelde behandeling dan een medische interventie.

stress…. tussen de oren of in het lichaam?

 Ook met stressklachten wordt er vaak gereageerd vanuit een medisch model. Immers veel klachten die een gevolg zijn van stress uiten zich lichamelijk. Variërend van hoofdpijn tot duizeligheid, van hartkloppingen tot benauwdheid en van slecht slapen tot (chronische)vermoeidheid, het zijn lichamelijke symptomen, maar een lichamelijke oorzaak wordt zelden of nooit gevonden. (NB: als je hiervan klachten herkent bij jezelf kan een bezoek aan de huisarts wel degelijk verstandig zijn, er kunnen onderliggende lichamelijke problemen een rol spelen en natuurlijk moeten die uitgezocht en eventueel behandeld worden). 

biopsychosociaal: lichaam en geest zijn een geheel.

Sinds enige jaren kijken we meer vanuit het bio psychosociaal model. Hierbij worden gezondheidsklachten, pijn en stress gezien als een uiting van een samenhangend geheel, waarbij niet alleen lichamelijke en psychische factoren een rol spelen maar ook persoonskenmerken zoals (een te groot) verantwoordelijkheidsgevoel of zorgzaamheid (wat een mooie eigenschap is, maar wat gebeurt er met een teveel aan zorgzaamheid? Juist, het wordt overbezorgdheid).  Maar ook pessimisme, perfectionisme, of een gebrek aan zelfvertrouwen zijn karaktereigenschappen die je tegen je krijgt. En ook zijn er de factoren om ons heen waarvan we deel uitmaken, zoals onze relaties, opvoeding en leefomgeving. Dit alles nemen we nu mee in het onderzoeksproces, en de behandelingen en (therapeutische) begeleidingen, worden dan ook afgestemd op die drie delen van het geheel.

In het bovenstaande voorbeeld van de gebroken arm zal het psychosociale deel van dit model geen rol van betekenis spelen. Dan is het bio deel voldoende. Toch ervaren veel patiënten ook bij “een simpele” medische ingreep als bijvoorbeeld gips na een breuk ook dat de arts een meer begripvolle houding ten aanzien van de gevolgen van de breuk aan de dag zou mogen leggen. Heling is veel meer dan alleen de ingreep zelf. Want geloof nu maar niet dat dat gips voor genezing zorgt. Het is het gips wat de arm beschermt tegen belasting, maar het is het lichaam zelf dat de genezing, de heling, voor elkaar krijgt. En daar komt het psychosociale deel wel degelijk om de hoek kijken: gelooft de patiënt dat er voldoende voorwaarden zijn voor volledig herstel? Welke informatie krijgt de patiënt? Wat en hoe wordt hem of haar iets verteld? De boodschap en de lading waarmee die wordt gegeven hebben een niet mis te verstane invloed op het herstel.

De fysiologie van pijn en stress in de loop der jaren.

De opvattingen en manieren van behandelen van pijn en omgaan met stress vanuit de medische hoek zijn verder ontwikkeld. Uiteraard doen we er nog steeds van alles aan om pijn te verlichten. En om stress te elimineren. Een advies is pijnstillers of in geval van stress kalmeringsmiddelen. Ook rust is veelal het advies. Nu wordt er ook anders tegen pijn en stress aangekeken. Niet alleen maar rust en of medicatie.  Door de eerdere manier van reageren op klachten bevestigden we de aanwezigheid ervan en kan het brein dat in stand houden. De opvatting over wat er zou kunnen zijn wordt door het lichaam als waarheid gezien.

Meer dan voorheen ligt nu het accent op voorlichting, andere manieren van omgaan met het lichaam zoals bewegen en ontspannen en een andere manier van ernaar kijken. In de fysiotherapie bestaat sinds een aantal jaren het begrip graded activity, waarmee we inzetten op het langzaam weer belastbaar maken van het lichaam, ook bij pijn en lichamelijke beperkingen. Dus niet het medicaliseren en het zoveel mogelijk ontzien, maar juist het weer fitter maken. De nieuwere inzichten zijn voor mij de belangrijkste motivatie om deze kennis te delen: zoals ik ook elders aangeef: inzicht geeft kennis geeft macht. Wat kan ik er zelf aan doen?

Met onze zintuigen registreren we dingen: we zien, horen, ruiken en voelen iets. In het geval van schade voelen we pijn. We hebben receptoren in de zintuigen en in het zenuwstelsel wat signalen kan ontvangen, zoals het signaal van schade of dreigende schade, en sturen dat signaal vervolgens via zenuwen naar het ruggenmerg en vandaaruit naar het brein.

De belangrijkste reden voor het afgaan van alarmbellen bij overmatige stress of pijn is het voorkomen van (grotere) schade. Het brein merkt gevaar op en doet ons reageren met weggaan uit de bedreigende situatie. Het wil erger voorkomen. Dit is hoe het mechanisme van het brein werkt: bescherming. Overleving.

Pijnervaring.

 In het zenuwstelsel, vooral in het ruggenmerg, vindt de overdracht van informatie plaats. Bij het doorgeven van de informatie vanuit tussenstations (vergelijk het maar met de harde schijf van een computer die verschillende taken tegelijk moet uitvoeren) komen veel chemische stoffen (hormonen of neurotransmitters) vrij. Deze stoffen kunnen prikkels versterken, maar ook verzwakken, zoals het hormoon endorfine, wat een pijnstillend effect heeft.  Het brein speelt hierin ook een grote rol en daarmee hebben we ook invloed op hoe we op prikkels reageren. De betekenis die we geven aan die informatie is van invloed. Hiermee wil ik aangeven dat de alarmbellen, waarover ik net schreef, harder of zachter kunnen reageren.

 Daarin spelen een aantal zaken een rol. Je geschiedenis: heb je eerder zo’n pijn of stress prikkel gehad, en wat gebeurde er toen? Ben je er wel of niet bang voor, wat er zou kunnen gebeuren?  Welke informatie heb je over een dergelijke gebeurtenis? In hoeverre heb je genoeg vertrouwen in je lichaam, dat het dit zelf kan oplossen?  Dus: gaat bij een prikkel (pijn of stress) jouw alarmbel hard rinkelen, of een beetje zoemen? In het eerste geval sta je dus gelijk op scherp en zul je ook als door een wesp gestoken reageren, en in het zacht zoemende geval kun je de situatie eerst rustig bekijken en ook milder reageren, zonder heftige emotionele reacties.

Zintuiglijke informatie waaronder pijn en druk komen via het ruggenmerg uiteindelijk in de hersenen. Je hersenen beoordelen die prikkels op pijn of iets wat ons bezorgdheid of angst geeft of anderszins raakt. Je hersenen hebben niet altijd het goede antwoord. Fantoompijn is daar een voorbeeld van. Iemand heeft een amputatie gehad maar voelt toch pijn of sensaties in het ontbrekende lichaamsdeel. De hersenen hebben een geheugen waarin ook pijn of stress kan blijven “rondzingen”. De hersenen hebben “niet door” dat dat geamputeerde deel er niet meer is.

Pijnervaring is ook groter, als waarnemingen met elkaar worden gecombineerd. Vrijwilligers in een onderzoek werd gevraagd naar een rood of groen licht te kijken, waarbij ze met hun handen in heel koud water zaten, de proefpersonen die naar het rode lampje keken hielden het minder lang vol en ervoeren meer pijn  door de kou dan de personen die naar de groene lamp keken.

Stress wordt lichamelijk.

Het hele netwerk in ons zenuwstelsel speelt dus een rol bij de pijnervaring. Het pijnnetwerk bestaat uit verschillende hersengebieden die de emoties, gedachten en het gedrag reguleren. Bij iedereen is dit verschillend en vaak bepaalt een combinatie van factoren de pijnervaring en -beleving. Dit geldt ook voor stress: een stressvolle gebeurtenis heeft bij iedereen een ander effect en roept andere reacties op. De hoeveelheid stress die iemand al heeft speelt daarbij ook een rol: het emmertje is vol.

Dit leidt tot de sensitisatie: het steeds gevoeliger worden van het netwerk in zintuig en zenuwstelsel. Meerdere oorzaken en gevolgen en de interpretatie daarvan door ons brein versterken elkaar en vullen zo ons emmertje tot de rand. Er gaat dan makkelijk iets over de rand. En als ons emmertje vol is, maakt het niet uit welke volgende druppel de emmer doet overlopen. Dat kan elke op zich onbeduidende druppel zijn.

Alarmbellen.

Wat zijn nou zoal mogelijke oorzaken van de intensiteit van jouw alarmbellen en het aanblijven van pijn en of stressklachten? Met andere woorden, welk druppeltje doet de emmer overlopen?

Waar gaat die stress dan in zitten?

De grondlegger van de bio-energetica, een veel gebruikte lichaamsgerichte psychotherapie, was Wilhelm Reich. Hij kwam tijdens zijn onderzoek tot de conclusie dat mensen met emotionele en psychische problemen ook chronische spanning hadden in hun spieren en dan vooral ook in het bindweefsel. Het bindweefsel wordt in anatomische termen fascia genoemd.  Bindweefsel is de structuur die alle andere weefsels verbindt. Spieren bestaan deels uit samentrekkend weefsel: de spiervezels en bindweefsel: wat de spieren elastisch maakt. Spanning gaat ook in bindweefsel zitten: het wordt daardoor stugger. Spieren met stugger bindweefsel zijn stijver en blessuregevoeligheid is daardoor vaker aanwezig. Hij bedacht hier ook een mooie term voor: het spierpantser. Een pantser beschermt je weliswaar maar belemmert je ook nogal, lijkt me. (stel je maar eens voor hoe ridders zich in de middeleeuwen in een pantser hebben moeten voelen als ze ook nog moesten rennen of vechten: erg houterig denk ik).

Moderne onderzoekstechnieken hebben ons meer inzicht verschaft in wat we tot voor kort niet goed begrepen als het ging om gegeneraliseerde spierspanningssyndromen die zich kenmerken door stijfheid, pijn en vage klachten in vooral schouders, bovenrug en benen.  Het blijkt dan vooral te gaan om het bindweefsel wat te stug wordt en slechter doorbloedt. Dit geeft dan de vage maar steeds meer uitbreidende lichamelijke klachten.

Door de relatie emotie-lichaamsspanning werd Wilhelm Reich een van de pioniers van de neuropsychologie en de mind-body geneeskunde. Verder onderzoek van Reich e.a. leidde tot de ontdekking dat chronische spanning te maken had met een langdurige verstoring van het autonome zenuwstelsel en daarvanuit o.a. het slechter functionerende bindweefsel.

Stressreactie. 

Onze stressrespons (vechten en vluchten) is bedoeld voor een acute reactie, niet als iets wat langer moet en kan duren. Immers: de stress is er, jouw vlucht of vecht reactie is er ook, en is functioneel: je wilt iets met de stressvolle situatie doen. Maak je vervolgens die actie niet, dan zit de energie daarvan al in je spieren en bindweefsel: de voorbereiding is immers al onbewust gemaakt. De intentionele spanning, dus wat je geneigd bent om te willen doen gaat al spanningsverhoging in de spierspoeltjes geven. Dit zijn sensoren in spieren die op spanningsveranderingen reageren.

Gedoseerd bewegen versus stress…

Normale functie van de spierspoeltjes is je gewrichten beschermen tegen overbelasting door plotselinge te krachtige invloeden vanuit je spieren. dat wordt voorkomen doordat je spierspoeltjes via reflexen de spieren met tegenovergestelde invloed op je gewrichten gedoseerd samen laat werken zodat je gewricht niet te ver doorschiet. Teveel spanning in spieren belemmert deze functie, waardoor ook je gewrichten kwetsbaarder worden. Het soepel en gedoseerd kunnen bewegen en reageren op veranderingen in je houding en bewegingen wordt door te grote spierspanning bemoeilijkt. Deze vloeiende samenwerking vanuit de spierspoeltjes maakt sporten mogelijk: voortdurend anticipeert jouw spier- en skeletstelsel op veranderende kracht en snelheid. Maar door stress verstoort dat en dat leidt tot grotere blessurekans.

De stressrespons mobiliseert het hele systeem en daarmee ook veel energie. Langdurige stress put ons lichaam derhalve uit.

Chronische spanning en pijn zijn dus ontstaan door langdurige activatie van het stresssyteem (sympatisch) binnen het autonome zenuwstelsel.  Bij stressvolle situaties is er het sympathische zenuwstelsel wat tot de actie-spanning mobiliseert. Je zou dan het para sympathische zenuwstelsel kunnen inzetten om ons weer meer in contact te brengen met de omgeving. Je hebt het para sympathische zenuwstelsel immers nodig om te kunnen ontspannen maar het is ook verantwoordelijk voor de bevries reactie, wanneer je niet kunt vechten en vluchten.

Door de parasympatische actie met de bevries gevolgen is er dan vecht- en vluchtenergie die onderdrukt wordt. Deze energie zit in spier- en bindweefsel en zorgt dus voor pijn, stijfheid en bewegingsbeperkingen. Dat is de energie die voor chronische pijn en spanning in je lichaam zorgt. Dit is de theorie van het spierpantser en karakterstructuren die in je lichaam vastzitten (ook de Amerikaanse psychiater Alexander Lowen is hier een van de grondleggers). Natuurlijk dient hier ook vermeld te worden het pionierswerk van de Nederlandse psychiater en neurowetenschapper prof. Bessel van der Kolk met zijn boek: Traumasporen, in het Engels: the body keeps the score).

Invloeden

 

Belang van inzicht.

Persoonlijk denk ik dat het inzicht van de sensitisatie erg belangrijk is. Het helpt bijvoorbeeld erg bij het begrip opbrengen voor de vele mensen die lijden onder chronische klachten, stress en pijn. Het is ze niet aan te rekenen, wat helaas maar al te vaak gebeurt, zowel in hun persoonlijke omgeving als ook door de medische wereld. Het lichamelijk kunnen verklaren van de klachten die er zijn is lastig. Het etiket “tussen de oren” wordt dan vaak gegeven. In zekere zin ook waar, zie het verhaal hierboven maar. Het zit niet alleen tussen de oren (hersenen) maar ook in het lichaam, in de zintuiglijke functie en in de verwerking van prikkels. Sensitisatie is als een harde schijf op een pc die veel te veel informatie tegelijk moet weergeven: hij loopt vast.  Maar het “tussen de oren” als een tekortkoming zien of als een zwakke mentale weerbaarheid, klopt niet. Ik ken persoonlijk genoeg intelligente mensen, die veel hebben bereikt, maar door sensitisatie volledig in een burn-out zitten